WAT TE DOEN BIJ?
WAT TE DOEN BIJ:
1) Braken.
Hond:
Bij conitnu braken met tegelijkertijd dikker worden van de buik, meestal 's avonds, na een grote maaltijd droogvoer: met spoed naar de dierenarts in verband met de kans op een "maagkanteling".
In andere gevallen het eten en drinken weghalen tot maximaal 12 uur.
Daarna weer voorzichtig opnieuw proberen met lichtverteerbaar voer.
Indien weer opnieuw braakklachten: naar de dierenarts.
Kat:
Deze braakt moeilijker dan een hond en dat gaat nogal eens gepaard met een hoop vocaal misbaar, maar is daardoor niet per se ernstiger. In tegendeel: bijna 80 % van de braakklachten is secundair aan andere klachten zoals nierslijtage, maar vaker nog door veel likken aan een schilferige huid met korstjes en haarverlies en (daardoor) ook haarballen.
(Vlooien-)behandeling van de huid doet dan vaak wonderen.
Wel opletten: katten eten soms een draadje, een grasspriet, elastiekje, plastic zakje of worstenloodje op: altijd proberen uit te sluiten of dat gebeurd is.
2) Diarree.
Als er een infectie speelt, volgt na braken meestal ook diarree:
12 uur vasten. Niet langer, anders ontstaat er een negatieve energiebalans met weerstandsdaling tot gevolg.
Water (1 liter) met (druiven-)suiker geven (1 eetlepel). Daarna kleine beetjes licht verteerbaar eten geven. Na 48 uur geen verbetering of zeer veel waterdunne ontlasting met zelfs bloed:
naar de dierenarts!
Denk altijd aan de periodieke ontworming en de jaarlijkse (parvo-)vaccinatie. En: Norit helpt niet.
3) Oogklachten:
Een geheel toegeknepen oog? Naar de dierenarts!
Nat oog of pus uit het oog: telkens met lauwwarm water (al of niet gekookt, dat maakt niet zoveel uit) schoonhouden in verband met het anders inkoeken van de pus. Evenuteel met wat olie de oogleden soepel houden. Na twee dagen geen verbetering: naar de dierenarts!
Oog uit de kas: door een beet of klap kan het oog bij kort-koprassen met bolle ogen (pekingees bv) zomaar uit de kas schieten: spoed!
Direct afdekken met een met melk nat gemaakte doek om te voorkomen dat het oog uitdroogt en de hond er zelf aan krabt. Onder narcose het oog terug laten plaatsen door de dierenarts!
4) Oorklachten:
Het oor stinkt, de dieren schudden met de kop, krabben er aan en piepen: altijd naar de dierenarts, juist omdat je zelf nooit goed in het oor kan kijken.
Let op bv kruipertjes (grasaren) in het oor: zeer pijnlijk!
Eventueel zolang wat lauwe (sla-)olie in het oor, maar beter direct een afspraak maken, want een verwaarloosde oorinfectie kan tot een scheve kop leiden door een middenoorontsteking of,
ook pijnlijk, door het schudden een bloeding tussen de lagen van het oor waardoor het oor plots erg dik wordt.
Ook dit moet weer onder narcose (na tien dagen!) geopereerd en hersteld worden.
Niet wachten dus met laten controleren!
Bij jonge dieren zien we vaak oorklachten door een nestinfectie met oormijt.
Besmettelijk, ook weer voor oudere dieren.
Deze mijten zijn alleen door de dierenarts met een speciale otoscoop te zien!
5) Huidklachten:
Worden vaak chronisch met alle gevolgen van dien.
Vaak wordt er te lang mee gewacht. Vlooienbestrijding is advies nummer een!
90% van de huidjeukklachten komt namelijk door vlooien, dus altijd bestrijden (liefst het hele jaar door).
Niet zelf aanmodderen met dierenwinkelmiddeltjes, daar zijn de vlooien vaak resistent tegen.
6) Plots onzindelijk:
Bij volwassen dieren bijna altijd een blaasontsteking.
Kan later gepaard gaan met onzindelijkheid voor wat betreft de ontlasting!
Kan ook stressgerelateerd zijn! (Door verhuizing of nieuwe dieren in de buurt).
Dan gaan met name katers meer markeren (dus persen op de blaas, waardoor deze geirriteerd raakt).
Dieren met een blaasontsteking meer te drinken geven (door het voer, of door een snufje zout extra te geven).
Ook extra vitamine C geeft een beter blaasmilieu: bacterien groeien niet graag in zure urine.
Katers: altijd naar de dierenarts om de blaas te laten voelen.
Een verstopte katerblaas kan namelijk in drie dagen dodelijk zijn!!
Liefst GEEN droge brokken voeren, dat zorgt voor geconcentreerdere urine die de blaaswand kan irriteren.
Meestal zijn geen antibiotica nodig, maar wel voor kortere of langere tijd een ontstekingsremmer en eventueel aanpassing van het voer. NOOIT DE HELE DAG BROKKEN LATEN STAAN!
7) Kreupelheid:
Kijk goed naar de zool en tussen de tenen: kruipertjes kunnen in het zomerseizoen een klein gaatje prikken en naar binnen "kruipen". Je ziet vaak alleen een rood bultje met een gaatje.
Vaak is de kruiper al opgelost voor het ontdekt wordt.
Openen en een antibiotische zalf er in, dat werkt meestal binnen een paar dagen al.
Alle andere kreupelheden: aan de riem uitlaten, geen balspelen, niet rennen.
Als dit geen verbetering brengt: naar de dierenarts voor controle en therapie (en eventueel een rontgenfoto)..
8) Hoesten:
Bijna altijd in eerste instantie een virusinfectie (met natte ogen en een droge hoest: kennelhoest; ook bij katten mogelijk!), vaak gevolgd door een bacteriele infectie.
Laat je dier daarom ook elk jaar vaccineren tegen niesziekte, kattenziekte, en bij honden de cocktail met kennelhoest.
De hoest wordt dan rochelend en de ogen in plaats van alleen nat ook met pus er in (zie oogklachten).
Maar!
Hoesten kan ook het gevolg zijn van een hartkwaal, dus altijd laten luisteren!
9) Niezen:
Komt niet zo vaak voor bij honden (zij hebben vaker "reversed sneezing", een aandoening waarbij de hond als het ware heel hard "heen en weer" snuift:
deze aanval kan je couperen door de neus even geheel af te dekken),
maar meer bij katten: niesziekte komt elk najaar en voorjaar voor, net als bij ons de griep.
Alarmerender is (zie ook boven) niezen bij katten, omdat ze een grasspriet achterin de keel kunnen hebben. Komt vaak 's zomers voor: laat ook even in de bek kijken!
10) Abcessen:
Voor uw gevoel vaak plots ontstane diktes of plots "bloedende" gaten in de huid.
Meestal aan de kop, maar soms ook aan de staart of poten, bijna alleen bij katten.
Tegen de tijd dat u de dikte ziet, is dit proces meestal al een week oud.
Ziet u een gat en "bloed", dan is het al tien dagen oud.
Dit alles ontstaat door vechten:
een nagel van de tegenstander deponeert via een klein gaatje wat bacterien onderhuids en die ontwikkelen zich, samen met de afweer van het dier zelf, tot een met pus gevulde holte, die na tien dagen zelf openbarst.
In dit laatste stadium kan je de wond zelf schoonhouden (goed poetsen!) en het daardoor een paar dagen open houden, zodat alle pus weg is.
Eerder ingrijpen kan onder narcose door de dierenarts die de holte ook schoonspoelt en vult met een antbacterieel middel.
Na een dag of vijf is de wond meestal weer geheeld, het haar komt na 6 weken weer terug.
11) Hersenverschijnselen:
Hoe eng het ook lijkt, een hond of kat die plots het bewustzijn verliest, gaat schuimbekken en zijn urine plots laat lopen en even niet aanspreekbaar meer is, met spiertrekkingen ("fietsen"): dit is zelden spoed!
Dit is 99 van de 100 keer een epileptische aanval.
Die gaat meestal na een kwartier maximaal helemaal over en uw dier doet alsof er nooit iets gebeurd is.
Soms zijn ze nog een beetje sloom (de "post-ictale fase" genoemd), maar ook dat verdwijnt snel.
Nooit met zo'n dier naar de dierenarts rennen, want tegen de tijd dat je daar bent, is het alweer over.
Het dier de ruimte geven en zorgen dat het zich niet kan bezeren.
Bij toevallen die vaker dan een keer per maand voorkomen geven we anti-epileptische medicatie.
Een andere oorzaak van plots "wegvallen", vaak bij inspanning, is een toeval.
Dat is weer iets anders, hoewel het wel vaak verward wordt met epilepsie.
Daar zien we zelden de andere epilepsie-verschijnselen.
Dit zien we vaak bij hartklachten, dus daar wel naar laten luisteren om een en ander uit te sluiten.
Advies:
4x per jaar ontwormen,
2x per jaar gebitscontrole,
1x per jaar vaccineren en
het gehele jaar vlooienbestrijding.
Vanaf 7 jaar: af en toe een wat urine laten onderzoeken op oa de nierfunctie!
wordt vervolgd, under construction
